Het doel van Project 3 is inzicht te verwerven of, en zo ja, op welke wijze, de perceptuele bekwaamheid van studenten LO met doelbewust oefenen bevorderd kan worden. De verwachting daarbij is dat in vergelijking tot docenten LO, die hun opleiding afgerond hebben en al een aantal jaar werkzaam zijn, de studenten of toekomstige docenten LO niet alleen weinig perceptueel vaardig zijn maar ook nog over onvoldoende conceptuele kennis en/of bewegingsvaardigheid beschikken. (Project 1 onderzoekt deze verwachting.) Dit opent de weg voor de vraag in hoeverre de perceptuele bekwaamheid van studenten LO vergroot kan worden door het vergroten van de conceptuele kennis over de biomechanica van het bewegen en de tactiek van het spel en/of een verbetering van de bewegings- en spelvaardigheden (van de studenten LO zelf). Als de perceptuele bekwaamheid inderdaad met vergroting van conceptuele kennis en/of verbetering van bewegings- en spelvaardigheden samenhangt, dan betekent dat het doelbewust oefenen van perceptuele bekwaamheid geïntegreerd kan worden in bestaande vakken van de opleidingen LO. Onderzoek in het buitenland laat positieve resultaten zien als het gaat om de vergroting van conceptuele kennis bij studenten LO. De invloed van het leren of verbeteren van bewegings- en spelvaardigheden op de perceptuele bekwaamheid is bij studenten LO niet onderzocht. Met uitzondering van onze eigen exploratieve studie, is er ook geen vergelijking gemaakt met perceptuele oefeninterventies, zoals bijvoorbeeld het gebruik van oefenvideoclips met een expertmodel.

Onderzoeksvraag

In hoeverre wordt de perceptuele bekwaamheid van studenten LO bevorderd door het doelbewust oefenen:
a. door vergroting van de conceptuele kennis?
b. door verbeteren van de bewegingsvaardigheden (van de studenten)?

Methode

De effectiviteit van de verschillende interventies wordt vergeleken met een vergelijkend longitudinaal onderzoek. Drie typen interventies worden vergeleken: een cognitieve (d.w.z., vermeerdering conceptuele kennis), een motorische (d.w.z. oefenen van bewegings- en spelvaardigheden) en een perceptuele interventie (d.w.z. oefenen met expertmodel). Er doet ook een controlegroep mee, die niet oefent. Drie opleidingen LO (d.w.z. CALO, HALO en ALO) voeren één grote gezamenlijke studie uit. De perceptuele nauwkeurigheid en het tijdruimtelijke kijkpatroon wordt met dezelfde test met videoclips als in Project 1 en Project 2 vastgesteld, zowel voor als na de oefeninterventie.

De interventies worden ingebouwd in bestaande vakken waarin het verwerven van conceptuele kennis of bewegingsvaardigheden en spel centraal staan. Die lessen worden eenmaal per week gegeven over een periode van zes weken, waarbij in elke les 20 minuten besteed wordt aan de interventie. Specifiek betekent het dat de cognitieve interventiegroep les krijgt over de theorie van de biomechanica van het bewegen en/of tactiek van spel met betrekking tot de gekozen open en gesloten vaardigheden. Zij oefenen gedurende de interventie periode deze vaardigheden niet in de gymzaal. De motorische interventiegroep oefent de open en gesloten vaardigheden in de gymzaal. De biomechanica van het bewegen en/of de tactiek van het spel wordt gedurende de interventie niet in een theorieles behandeld. De perceptuele interventiegroep oefent met oefenvideoclips met expertmodel die de twee vaardigheden tonen (analoog aan de experimentele groep in Project 2a). De twee vaardigheden worden gedurende de interventieperiode niet geoefend in de gymzaal. Ten slotte, de controlegroep krijgt geen theorieles over de twee vaardigheden en oefenen deze ook niet in de gymzaal.

Verwachte start van dit project: januari 2021