Het ontbreekt aan een betrouwbare en representatieve inventarisatie van de perceptuele bekwaamheid van docenten in het Nederlandse bewegingsonderwijs. Daarnaast is -ook uit de internationale onderzoeksliteratuur- onvoldoende duidelijk wat de bepalende factoren van perceptuele bekwaamheid zijn. De inventarisatie vraagt om beschrijvend cross-sectioneel onderzoek waarin de nauwkeurigheid van de waarneming kwantitatief vastgesteld wordt, om verschillen tussen groepen studenten en docenten te kunnen bepalen en verbanden met mogelijke bepalende factoren (kijkpatroon, beroepservaring, conceptuele kennis en/of motorische ervaring) vast te stellen.

Onderzoeksvraag

In welke mate wordt de perceptuele bekwaamheid van docenten en studenten LO bepaald door:
a. de mate van beroepservaring, conceptuele kennis en/of de mate van ervaring in waarnemen en zelf uitvoeren van de vaardigheid?
b. de systematiek en consistentie van het kijkpatroon?

Methode

In dit experiment wordt de perceptuele bekwaamheid onderzocht van docenten en studenten LO. De perceptuele bekwaamheid wordt vastgesteld door de deelnemers in een test videoclips te laten beoordelen die leerlingen tonen die verschillende vaardigheden uitvoeren. Van alle deelnemers wordt het kijkpatroon gemeten tijdens het kijken naar de videoclips door middel van een speciale bril. Daarnaast worden vragenlijsten gebruikt om beroepservaring, de conceptuele kennis en de mate van ervaring in waarnemen en uitvoeren van de vaardigheden te bepalen. We onderscheiden vier groepen:

  • docenten LO met minimaal 10 jaar ervaring;
  • docenten LO met 2 tot 5 jaar ervaring;
  • laatstejaars studenten LO, en;
  • eerstejaars studenten LO